Fjällräven Classic 2018: een uniek avontuur in de Zweedse wildernis

Eindelijk was het zo ver. Bijna acht maanden nadat we ons hadden ingeschreven, mochten we op 18 augustus starten aan de Fjällräven Classic 2018. Met allebei een nét iets te zware rugzak, voldoende eten en een onbedwingbare kriebel om te gaan lopen stonden we om 16.00 uur te popelen aan de start in Nikkaluokta in het prachtige Zweeds Lapland. 

 

De Fjällräven Classic is een avontuur dat ieder jaar wordt georganiseerd door het Zweedse outdoormerk Fjällräven. 2000 natuurliefhebbers lopen de 110 kilometer lange tocht door Zweeds Lapland, een gebied waar je voor een groot gedeelte geen eens één klein streepje telefoonbereik hebt. Je bevindt je dus écht in de middle of nowhere. Niet zo gek dus dat het gebied Europa’s laatste wildernis genoemt wordt. De tocht loopt voor een groot deel over het langeafstandspad de Kungsleden (het Koningspad). Alles wat je nodig hebt, neem je mee in je rugzak (een aantal items is verplicht gesteld door de organisatie) en slapen doe je in een tent. Dat kan in Zweden vrijwel overal door het allemansrecht.

 

De paden tijdens de Classic

 

Starten doe je trouwens niet met alle 2000 hikers tegelijkertijd, maar verdeeld over 8 startgroepen met allemaal hun eigen starttijd. De eerste startgroep startte op vrijdag 17 augustus om 09.00 uur en de laatste op zondag 19 augustus om 13.00 uur. Je start dus samen met zo’n 250 andere hikers. 

Inchecken en eten kiezen

Een dag voordat de tocht voor ons begon, gingen we naar Kiruna. Hier was een school omgetovert tot Fjällräven Classic basecamp en kon je inchecken en de benodigde spullen verzamelen. We kregen hier een trekkingpass, afvalzak, kaart én mochten eten uitzoeken.

 

De trekkingpas en de kaart

 

Er stonden grote houten bakken met allemaal verschillende Real Turmat outdoormaaltijden. Van een lamsschotel tot curry’s en van pasta tot pulled pork; er was voor iedereen wat wils. Je mocht zo veel maaltijden pakken als je wilde, maar je moest ze natuurlijk wel zelf meenemen.

 

Eten uitkiezen voor de Fjällräven Classic

 

Onderweg kom je langs acht checkpoints (incl. de start en finish) waar je je trekkingpass moet afstempelen. Bij twee van deze checkpoints heb je de mogelijkheid om meer eten te pakken, dus te veel meenemen is echt niet nodig. Met drie ontbijtjes en zes maaltijden voor de lunch en het diner moet het lukken om het eerste bijvulcheckpoint te halen. Basecamp is wel de enige plek waar je brood kunt pakken, dus daar hebben we ook twee zakken van ingeslagen. 

 

Op het basecamp kon je ook de bagage achterlaten die je niet wilde meenemen. De organisatie zorgt dan dat dit bij de finish in Abisko op je ligt te wachten. Ook kun je hier nog wat laatste aankopen doen in een pop-up outdoorwinkel of een kopje koffie scoren in het trekkerscafé.

 

De volgende dag stond om 1 uur de bus te wachten die ons naar het startpunt in Nikkaluokta bracht. Eenmaal daar aangekomen begon het toch wel een beetje te kriebelen en zie dan maar eens rustig te blijven als je nog twee uur moet wachten. Even een safety tag en de eerste stempel halen, meer hoef je er niet te doen. 

 

De tas wegen bij de start

Even je rugtas wegen kon ook nog voor de start in Nikkaluokta

3, 2, 1… Go!

Na een heus aftelmoment, gingen we van start. Hoewel we wel vaker meerdere dagen achter elkaar gelopen hebben, was de 110 kilometer van de Classic voor ons ook nieuw. Van tevoren hadden we een planning gemaakt en bedacht dat we op donderdag 23 augustus over de finish wilden komen. Omdat we om 16.00 uur moesten starten, zouden we er dan zo’n vijfeneenhalve dag over doen. 110 kilometer in ruim vijf dagen komt neer op iets meer dan twintig kilometer op een dag. Dat klinkt misschien niet als veel, maar vergis je niet: de ondergrond maakt het lopen een stuk lastiger! Daarnaast zijn de weersomstandigheden die allesbepalend kunnen zijn voor je tocht. Achteraf hoorden we dat er dit jaar heel veel mensen zijn omgekeerd of afgehaakt vanwege slecht weer en/of materiaal dat niet bestand was tegen de wind en regen. Mentaal is het dus ook wel even pittig af en toe, misschien nog wel meer dan fysiek.

 

Meer tijdens de Classic

De eerste van vele meren op de route

Regendruppels op de tent

Na zo’n veertien kilometer besloten we het voor gezien te houden voor die dag. Het was inmiddels al een uur of acht en het regende behoorlijk. Het eerste checkpoint was nog vijf kilometer lopen, maar we hadden voor onszelf al bedacht dat we daar sowieso niet in de buurt gingen slapen. We vonden een prima plekje voor onze tent en in een half uurtje konden we genieten van het getik van regendruppels op het tentdoek. 

Je ideale ritme vinden

Als je meerdere dagen gaat hiken is het handig om een bepaald ritme aan te houden. Voor ons was dat: vroeg opstaan (de wekker ging om zes uur), goed ontbijten en vervolgens snel alles inpakken en daarna lopen tot het eind van de middag. ’s Avonds in de tent stippelden we altijd het plan voor de volgende dag uit en met de GPS konden we zien hoeveel kilometer we die dag hadden gelopen. Het doel voor deze tweede dag was voorbij het tweede checkpoint komen. Het eerste checkpoint was fjällstation Kebnekaise, waar we ’s ochtends om acht uur naast een stempel in onze trekkingpass, getrakteerd werden op kaneelbroodjes. En als je me érgens ’s nachts voor wakker mag maken, zijn het wel Zweedse kaneelbroodjes :). 

 

Het eerste checkpoint

Het eerste checkpoint, het Fjällstation Kebnekaise, is in zicht

 

De route vervolgt door de vallei langs Zweden’s hoogste berg de Kebnekaise (2114 meter) in de richting van het beroemde wandelpad de Kungsleden. Het eerste stuk van de Classic loop je nog niet over de Kungsleden. Pas vanaf het tweede checkpoint Singi volgt de route van de Classic het langeafstandpad. Maar je hoeft geen moment bang te zijn dat je zult verdwalen. Naast dat er nog een heleboel andere hikers zijn (te herkennen aan de safety tag op hun rugzak), is de route goed gemarkeerd. 

 

Blijven lopen

Een mentaal spelletje

De afstand tussen fjällstation Kebnekaise en het volgende checkpoint Singi is ongeveer 15 kilometer, maar leek voor mij eindeloos te duren. Het pad liep heel langzaam omhoog en je kon telkens maar een klein stukje vooruitkijken. Ik dacht bij elke bocht dat hierna toch écht het checkpoint zichtbaar moest worden. Helaas voor mij duurde dat nog flink langer dan ik had gedacht en omdat we tussen twee bergen doorliepen, joeg de wind behoorlijk door de vallei. Een heel mooi voorbeeld van hoe de tocht een stuk zwaarder wordt als je denkt dat je er bijna bent en dat niet het geval blijkt… Een leermomentje dus! Vanaf dat moment ben ik eerder pessimistisch naar de af te leggen afstand gaan kijken, zonder verwachting dat het volgende checkpoint om de hoek ligt. En dat werkt gek genoeg echt!

 

Na ongeveer 23 kilometer hielden we het voor gezien. Het was pas half vier, maar langer doorlopen was gezien de afstand die we nog moesten afleggen niet verstandig.

Halverwege!

Toen we de volgende dag de tent openritsten, werden we verrast door een hele kudde rendieren die langs onze tent trok. Het was de eerste keer dat we rendieren zagen, maar het zou zeker niet de laatste keer van deze trip zijn! Na ons vaste ochtendritueel, waren we klaar om te vertrekken. Het plan was om vandaag de Tjäktjapas over te gaan. Dit is met 1140 meter het hoogste punt van de hele Classic en het laatste stuk van het pad loopt flink steil de hoogte in. Om me heen hoorde ik een Amerikaans meisje bijna angstig zeggen dat ze nooit over de pas heen zou komen. Gelukkig viel dat mee, want eenmaal boven zag ik haar weer. Puffend en hijgend, dat wel, maar vanaf dit punt loopt de route eigenlijk alleen nog maar naar beneden. Op het hoogste punt van de pas heb je met mooi weer een prachtig uitzicht over de vallei waar je net uit bent geklommen en zie je talloze hikers dichterbij komen die de pas nog moeten bedwingen. 

 

Bovenop de Tjaktja Pass

Bovenop de Tjäktjapas

 

Maar voor het zover was, hadden we nog een andere mijlpaal om te vieren: we waren halverwege! 55 kilometer gelopen, 55 te gaan… 

In een goede flow

Deze derde dag (tweede volle dag lopen) was ook de dag dat we het lekkerste in de flow zaten. Het lopen ging soepel, we hadden geen last van onze voeten of het gewicht van onze rugzakken en we liepen een stuk verder dan we eigenlijk van plan waren: 27 kilometer bijna! Op het checkpoint Tjäktja, een paar kilometer na de pas, wachtte ons niet alleen een nieuwe stempel in onze trekkingpass, maar ook een heerlijke, stevige brownie! Nou dat ging er wel in natuurlijk 🙂 ’s Avonds besloten we dat we de resterende 45 kilometer misschien wel in twee dagen zouden kunnen lopen en dat we daarmee een dag eerder zouden finishen dan verwacht. Maar of dat ook zo slim was… 

Eten, eten en nog eens eten

Vanaf dit moment gingen we meer eten. Juul eet sowieso altijd al behoorlijk en hij merkte dat één avondmaaltijd en één ontbijtje eigenlijk niet voldoende was. Omdat we ons eten twee keer konden bijvullen, was het geen probleem om twee avondmaaltijden én twee ontbijtjes per keer te eten. Tijdens zo’n intensieve hike hoef je je echt geen moment zorgen te maken over het aantal calorieën dat je binnenkrijgt. Het zijn er namelijk eerder te weinig dan te veel! Luister goed naar je lichaam en eet regelmatig. Misschien heb je net als ik niet echt veel honger tijdens het lopen, maar probeer toch af en toe kleine beetjes te eten. Je lichaam is waarschijnlijk zo druk aan het werk, dat het niet eens signalen geeft dat je moet eten. Ik schakelde ook over op twee ontbijtjes, om te zorgen dat ik in ieder geval een goede basis had.  

Een helse dag

Als je een trektocht van meerdere dagen gaat doen, heb je er altijd minimaal een dag tussenzitten dat het even niet zo lekker gaat. Dag vier was zo’n dag voor mij. Vanaf het moment dat ik m’n schoenen aandeed, begonnen m’n voeten te protesteren. Misschien waren we de vorige dag nét iets te ver doorgelopen of was het gewoon het aantal dagen achter elkaar lopen wat ik niet gewend ben. Maar omkeren is ook geen optie, dus ga je door. Je blijft je ene voet voor de andere zetten en uiteindelijk kom je er wel. De 47 kilometer die we nog moesten, hadden we verdeeld over twee dagen. Vandaag zou de langste dag worden, met ruim 30 kilometer, waardoor we op de laatste dag nog maar 17 kilometer hoefden te lopen.

 

Uitzicht vanaf Alesjaure hut

 

De eerste kilometers gingen door een sprookjesachtig landschap met superveel groen, watervalletjes en omringt door bergen. Dat stuk ging nog redelijk vlot, waarna we bij het checkpoint Alesjaure aankwamen. Deze hut ligt prachtig aan het gelijknamige blauw/groene meer en vanaf hier liep het pad langs het meer. Weinig stijgen en dalen, maar pfoe, die afstand is behoorlijk pittig! Met name de laatste vier kilometer was een hele beproefing. Was het al die tijd gelukt om niet té positief te denken over de afstand die we nog moesten afleggen, tijdens deze dag ging dat toch nog even goed fout. Met als gevolg dat ik er met zo’n twee/drie kilometer te gaan he-le-maal doorheen zat. Gelukkig ging het na een paar minuten rust en wat eten weer wat beter en zagen we al snel ons eindpunt van die dag.

Het echte campinggevoel

Tijdens de voorgaande nachten was het ons gelukt telkens op een rustige plek te kamperen, maar bij de laatste overnachting leek het wel alsof we op een camping stonden. Werkelijk op elk stukje grond dat ook maar een beetje vlak was, stond een tent. Maar omdat de Classic er voor iedereen bijna opzat, gaf dat ook wel een leuke sfeer. Bovendien was het ook nodig om zo dicht op elkaar te staan. In Abisko National Park, dat een kilometer later zou beginnen, mag je niet wildkamperen. En het stuk eerder was vanwege een fikse afdaling ook niet echt geschikt om je tentje op te zetten. Het resultaat was dus dat iedereen zo ongeveer rond het laatste checkpoint Kieron stond.

 

Eten koken tijdens de Fjällräven Classic in Zweden

De laatste loodjes

Een tactiek voor de laatste dag hadden we niet echt. Door de vorige dag hadden we allebei behoorlijk pijnlijke voeten (gelukkig geen blaren), en daardoor hadden we geen hoge verwachtingen van onze loopsnelheid die dag. Nadat we met tegenzin (en op het allerlaatste moment) onze wandelschoenen hadden aangetrokken, begonnen we te lopen. ’s Ochtends hebben we eigenlijk altijd een lekker tempo te pakken. De paden zijn ook nog redelijk leeg, waardoor je niet sneller hoeft te lopen om mensen in te halen, maar gewoon op je eigen tempo kunt lopen.

 

Hiken in Abisko National park

 

Geholpen door het mooie weer, voor het eerst tijdens de tocht, konden we ons pittige tempo 17 kilometer lang volhouden. Het laatste stuk van de route loopt door Abisko National Park. Een gebied dat we twee jaar geleden ook al hadden bezocht. Ook dat scheelde. We wisten precies hoelang het lopen was en hoe de paden er onderweg uitzagen. De laatste vier/vijf kilometer was de langste van de hele tocht. Langer zelfs nog dan de helse laatste kilometers van een dag eerder. Maar uiteindelijk was ie daar dan toch: onder luid applaus werden we onthaald bij de finish. 91 uur, 36 minuten en 23 seconden nadat we gestart zijn in Nikkaluokta, zijn we 110 kilometer verder in Abisko. 

 

Op de finish van de Fjällräven Classic

Drukte bij de finish

Bij de finish was ook nog behoorlijk wat te doen. Je kon er je schoenen laten behandelen, je Fjällräven kleding laten waxen, je eigen houten figuurtje snijden en schilderen of een speciaal Fjällräven Classic mes kopen. Ook was er een grote tent waar je kon genieten van een welverdiend drankje en de Zweedse versie van het broodje kebab. Op de organisatie van de Classic hadden we tijdens de hele tocht helemaal niets aan te merken. Ter plekke dan, want de communicatie vooraf was wat beperkt. Hoewel het een pittige ervaring was, denk ik dat de kans aanwezig is dat we nog een keertje afreizen naar deze prachtige regio!

 

Blij met onze medailles Heel blij met onze prestatie!

De checkpoints

Mocht je er over denken om volgend jaar zelf de Fjällräven Classic te lopen (ik zeg: doen!), hier nog even de afstanden op een rij:

 

Nikkaluokta – Fjällstation Kebnekaise: 19 km
Fjällstation Kebnekaise – Singi: 15 km
Singi – Sälka: 12,5 km
Sälka – Tjäktja: 14 km
Tjäktja – Alesjaure: 12,5 km
Alesjaure – Kieron: 18 km
Kieron – Abisko: 17 km

 

Route Fjällraven Classic

De historie van de Classic

Fjällräven is een merk dat altijd al heel erg gefocust is geweest op zo veel mogelijk mensen van de natuur laten genieten. Maar voor de oprichter van het merk, Åke Nordin, was het niet voldoende om slechts de spullen te verkopen waarmee mensen zonder problemen de elementen konden trotseren. Zijn droom was om mensen daadwerkelijk de natuur te laten ervaren. Hij wilde meer mensen laten hiken in de wildernis. Want, zo redeneerde hij, hoe meer mensen natuur ervaren, hoe waarschijnlijker het is dat ze er zuinig op zijn. Zijn droom werd waarheid met de eerste Fjällräven Classic in 2005. Inmiddels is het succes van de Classic niet meer te stoppen en zijn er jaarlijks zelfs meerdere edities. Zo kun je tegenwoordig ook in Denemarken, de Verenigde Staten én Hong Kong de Classic lopen. 

We’ve been trekking for 50 years, I hope we never get there

Åke Nordin – oprichter Fjällräven

Hoe zwaar is de Fjällräven Classic?

Eigenlijk de meest gestelde vraag die we kregen nadat we de Classic gelopen hadden, was of het een zware tocht is. Hoewel de meningen erg verschillen en het natuurlijk ook afhangt van je eigen fitheid, vonden wij de tocht redelijk goed te doen. Heb je nooit eerder een meerdaagse hike gedaan of met een zware rugzak gelopen, dan kan ik me voorstellen dat het een zware dobber is. Onze rugzakken waren met 22,5 kg en 17,5 kg aan de zware kant en dat begonnen we natuurlijk wel te voelen op de laatste dagen. Ik heb mijn bergschoenen na de finish meteen uitgedaan en vervolgens de rest van de vakantie niet meer aangehad. Liep ik dan met zeven graden op mijn slippers in de regen…  

 

Houten paden overal

 

Wat de Classic pittig maakt is trouwens niet het hoogteverschil. Omdat je door twee valleien loopt, heb je de bergen vooral om je heen en is het niet veel klimmen en dalen. Maar dat maakt het pad niet perse makkelijker. Er zijn heel veel drassige stukken en soms loop je juist kilometers lang over rotsen (lekker voor je enkels) of over houten planken. Onderweg moet je op alles voorbereid zijn; regen, wind, sneeuw, hagel of juist felle zon. En gaat het niet zoals gepland en moet je de tocht afbreken? Dan kun je niet even iemand bellen (al is het maar omdat je geen bereik hebt) en opgepikt worden… Teruglopen naar het dichtsbijzijnde checkpoint en opgehaald worden met de helikopter is op zo’n moment de enige (prijzige) optie. Belangrijk dus dat je voldoende (goede) kleding en eten mee hebt. 

Zelf meedoen?

De Fjällräven Classic is een ervaring die je als natuurliefhebber en wandelaar eigenlijk een keertje moet meemaken. Lijkt het je wat? Hou de website van de Classic in de gaten om op de hoogte te blijven van de kaartverkoop voor 2019. Dit is meestal begin januari, maar let op: kaartjes voor de Classic zijn altijd redelijk snel uitverkocht. Dus wil je meedoen, zorg dat je er dan op tijd bij bent. In 2019 is de Classic van 9 t/m 16 augustus. Om deel te nemen betaal je 2300 kroon (omgerekend zo’n 225 euro). Daarvoor krijg je meer dan alleen een startbewijs voor de Classic. O.a. vervoer vanaf het vliegveld of het treinstation van Kiruna naar het basecamp, vervoer vanaf het basecamp in Kiruna naar de start, transport van je bagage naar Abisko, eten voor onderweg, een trekkingpass, kaart van het gebied, afvalzak, wat traktaties onderweg én een onvergetelijke ervaring. 

 

Heb je vragen over de tocht of wil je iets weten over de voorbereiding of de spullen die je moet menemen? Stel je vraag in de comments, ik help je graag 🙂

Total
4
Shares

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*